Een ochtendje zwemmen

Een ochtendje zwemmen

Het is zondag. De laatste volledige dag op De Berckt en we besluiten maar weer eens te gaan zwemmen in het subtropisch zwembad.

Het feest begint al bij de toegangspoortjes. Het is zo’n systeem waarbij je je zwembadkaartje moet scannen en dat je vervolgens een te krappe draaideur door moet. Voor me probeert iemand zich met een al van tevoren soort opgeblazen kikker door het poortje heen te wurmen. Het mislukt, waardoor de arme man halverwege komt vast te zitten. Zijn vrouw, die met de kinderen als eerste naar binnen is gegaan, kijkt ongeduldig. “Kom je?”, informeert ze. “De jongens willen graag het zwembad in…”

“Ik zit vast,” roept de man. Zijn vrouw zucht. “Kom nou maar gewoon…”

De man, die inmiddels drijfnat is van het zweet vanwege de oplopende temperaturen in het zwembad, bedenkt een oplossing. De kikker moet leeg. Met zijn mond zoekt hij het ventieltje, maar kan er niet bij. Hij roept zijn zoon. “Kom es effe hier! Trek jij dat ventiel van dat beest es open…” “Pap…dan moet je hem straks wel weer opblazen hoor,” zegt het jong. Maar onder protest gehoorzaamt hij. De kikker loopt leeg en de man verlost zichzelf uiteindelijk uit zijn benarde positie. De rij achter hem is in korte tijd behoorlijk toegenomen.

Ook wij zijn aan de beurt. Soepel manoeuvreren we ons door het toegangspoortje en gaan op zoek naar een kleedkamer. We vinden er twee naast elkaar en lopen vijf minuten later met een grote tas kleding, schoenen, shampoo, ballen, duiksticks en andere toebehoren weer naar buiten. “We gaan even een kluisje huren, meiden,” zeg ik. “Kijk, hier kan dat.” We komen bij een soort computer terecht. De gebruiksaanwijzing hangt erboven tegen de zuil. Het behelst vier A4-tjes en het is nogal klein geschreven. We besluiten het maar gewoon te proberen.

Eerst moet er een euro in, zoveel is duidelijk. Dan wordt gevraagd om een pincode in te toetsen. Nynke stelt voor om dezelfde code als die van mijn bankpas te gebruiken en begint deze vervolgens hardop op te noemen, met nog zo’n twintig ongeduldige badgasten achter me. Het lijkt me geen goed plan en ik verzin een nieuwe code. Dan volgt een keuzemenu. Wilt u een kluisje aan de bovenkant of aan de onderkant? Links of rechts? Het kan me allemaal niet zoveel schelen en druk een knop in. We krijgen kluisnummer 37 toegewezen, rechtsboven.

Eindelijk hebben we de kluis gevonden. Als de helft van de spullen er ingepropt is, draait Nynke zich om, stoot haar hoofd tegen de kluisdeur en laat deze ongewild in het slot vallen. Dan de helft van de spullen maar mee naar binnen…

We lopen het subtropisch zwembad binnen. Veel mensen voor ons blijken al met smerige slippers de ruimte te zijn betreden, waardoor het hier en daar al een modderige bende is. We zigzaggen ons een weg naar een drietal vrije stoelen, waarop we onze handdoeken plaatsen en alle andere spullen bij neerzetten.

Dan is het toch tijd voor een frisse duik. Ik moet zeggen: prima zwembad. Apart peutergedeelte, kinderbad met wildwaterbaantje en een mini-glijbaan en bovendien nog een wat grotere glijbaan ook.

Na een uurtje dobberen we ergens midden in het zwembad. Nynke ligt op een Oostappen zwemmat, Femke en ik zijn een beetje met een bal aan het overgooien. Dan vliegen we ineens bijna een meter de lucht in. Bakken met water golven de kant op en er lijkt een fontein te ontstaan die tot tegen het plafond reikt. Verschrikt kijk ik naast me. Het is Ma Tokkie, de buurvrouw van Veld K, die zichzelf in water heeft laten takelen. “Niet meteen kijken hoor,” zeg ik tegen Femke. “Maar er zit een nijlpaard in het zwembad.” Nynke, die tot dan toe nog rustig op de mat ligt, schrikt wakker. “Een nijlpaard..!?” roept ze net iets te hard… “Ssssttt..,” zeg ik. “Het was maar een grapje. Het is de buurvrouw.” Femke doet er nog een schepje bovenop. “Het is hier een zwembad hoor, geen dierentuin…”, fluistert ze in mijn oor. Ik moet hard lachen. Opvoedkundig wellicht niet juist, maar toch stiekem wel leuk…

De laatste dag op De Berckt zit er bijna op. In het Schnitzelparadijs in Roermond, een plaats die Nynke uitstekend in gebarentaal kan uitbeelden, eten we nog iets. Weer aangekomen op de camping kijken we terug op een leuke week. Een nieuwe situatie voor ons allemaal, maar het is toch maar weer mooi gelukt. Ik ben trots op m’n meiden..!

Nog één keer stoot ik m’n kop als ik de slaapkamer van onze paddenstoel betreed. Morgenochtend de laatste spullen pakken en dan breng ik de meiden naar Nathaly, die ze op een andere camping opwacht. Heel veel plezier allemaal..!

Volgend jaar weer nieuwe afleveringen van Campingbelevenissen. Locatie nog onbekend…

Nieuwe buren

Nieuwe buren

 

Wisseldag op De Berckt. Altijd weer leuk om te zien wie de nieuwe buren worden. Zouden er een paar kinderen bij zijn? Misschien komen ze wel uit de buurt, wie zal het zeggen…

Het blijft nog even een verrassing, want de kinderen willen eerst graag naar de film. In Venlo bezoeken we de film Huisdiergeheimen. Erg leuk volgens de meiden, helaas heb ik zelf drie kwartier gemist. De stoelen lagen wel erg lekker…

Terug op De Berckt zijn de nieuwe buren inmiddels gearriveerd. We hoeven alleen maar op het geluid af te gaan. Een kale Tokkie met een omvang van een meter of vier, met zwarte zonnebril, twee indrukwekkende ringen in de oren en een zwarte NEC Nijmegen-pet achterstevoren op het hoofd zit pontificaal op de te krappe tuinset. In een taal die niet lijkt op ABN, sommeert hij zijn dochter om bier voor hem te halen. Het kind gehoorzaamt. Intussen stijgt een donkerblauwe walm boven zijn hoofd op. De lucht verraadt dat het hier niet gaat om een filtersigaret, maar het bouquet doet vermoeden dat het een bepaald geestverruimend middel betreft.

De echtgenote, die gezien haar afmetingen eveneens hoogstwaarschijnlijk niet terecht kan in de reguliere kledingzaken, kijkt het allemaal met genoegen aan. Op de tafel staat een bakplaat, met daarnaast een indrukwekkend bord met gesneden kip.

Vader, die zich kennelijk op z’n gemak voelt, laat een luide boer. Er zit een mooie opbouw op. Hij begint zacht, aarzelend bijna. Dan gaat ‘ie naar het hoogtepunt om daarna weer langzaam in volume af te nemen. Hij kijkt tevreden. De man kan op bijval rekenen van zijn zoon. “Dat was een mooie, pap,” zegt het joch trots. Meteen probeert hij het na te doen, maar heeft blijkbaar nog niet veel opgestoken van het voorbeeld van zijn vader. De boer mislukt dan ook faliekant.

Het is de volgende dag, een uur of half drie en we realiseren ons dat we na het ontbijt nog niet hebben gegeten. We besluiten naar Het Drakennest te gaan. Gelukkig komt er al snel iemand met een zwarte pet onze kant op. Vriendelijk noteert de vakantiekracht onze bestelling en vraagt ons en passant meteen af te rekenen. Onder protest doe ik het. Voor een drankje stuurt ze een andere collega. “U wilde iets drinken?” informeert ze. “Ja , goed plan,” roep ik. Doet u mij maar een grote bier en twee cassis.” “Een grote bier en twee cassis,” herhaalt ze, terwijl ze alles zorgvuldig intoetst op haar telefoon waarmee ze de bestelling opneemt. “Dat is het voor u?, vraagt ze. “Vooralsnog wel...”

Een kwartiertje later worden de drankjes keurig aan tafel geserveerd. “Even kijken,” zegt het wicht. “Ik heb hier een grote bier en twee cassis. Voor wie was het bier..?” Ik kijk naast me en zie twee dochters zitten. Eén van tien en één van zes. “Doet u mij het biertje maar,” vertrouw ik haar toe. “Ach ja,” kirt ze. “Dat had ik kunnen weten…”

De vakantiekracht bij wie we de lunch hebben besteld, komt aan tafel. “Het spijt me vreselijk,” zegt ze. “Maar u kunt hier nu niet eten.” Ik vraag naar de reden. “Tja, het is twee uur geweest,” zegt ze. “Dat klopt,” zegt ik. “Maar wat is het probleem?” “Nou, de keuken is maar tot twee uur open voor de lunch.” “Dus ik kan hier niets eten nu,” vraag ik nog. “Nee,” lacht het kind. “Althans, u kunt natuurlijk wel naar de snackbar. Die is open.” “Laat maar,” zeg ik. “Ik heb geen honger meer.” Aan de bar krijg ik het geld van mijn vooruitbetaalde lunch terug. Dat dan weer wel.

Terug bij onze stacaravan zijn de buren alweer luidruchtig aanwezig. Er is een probleem. Eén van de kinderen heeft de buitendeur achter zich dichtgedaan, maar is vergeten de sleutel mee te nemen. Deze staat keurig geprogrammeerd op een pasje, dat tevens dient als slagboomopener.

Er staat gelukkig een raam open, zodat vader Tokkie zijn zoon opdracht geeft door het raam te klimmen. Twee kratjes bier worden opgestapeld, zodat het ventje naar binnen kan. Het levert een hoop herrie op, omdat hij aan de binnenzijde van de stacaravan bovenop het kennelijk nog volle aanrecht belandt. Het leidt tot onvrede bij Ma Tokkie, die op haar beurt weer kan rekenen op een weinig complimenteuze reactie van haar man. Gelukkig is dat probleem ook weer opgelost.

Bijna bedtijd…morgen weer een dag..!

De Gele Pet

De Gele Pet

 

’s Ochtends een uur of zeven. De Berckt ontwaakt. Ik kijk om me heen en besef weer waar ik ben. Ik zie veel muur om me heen. Naast me een kast met een breedte van een centimeter of tien. Hoog is ‘ie wel. Helemaal van de grond tot het plafond. Daarom ben ik  er in geslaagd om er zowel m’n onderbroeken als m’n sokken in op te bergen. Dat scheelt weer.

Omwille van de ruimte lig ik al redelijk opgevouwen en verlaat ook als zodanig de ruimte. In een soort schaatshouding kluun ik naar de kamer en ga koffie zetten. Uiteraard is het filter te groot. Dubbelvouwen dus maar. Een koffiemaatbekertje ontbreekt, dus ik gok maar wat met een theelepeltje. Het resultaat valt eigenlijk weer niks tegen.

Inmiddels zijn ook de meiden wakker. Die passen prima in de kamer en zijn al druk in de weer met de tablets. Ik besluit maar eens te gaan douchen. Zijwaarts betreed ik de douchecabine en bemerk dat er geen plek is om m’n Kruidvat Body & Hair douchegel neer te zetten. Op de grond dan maar. Helaas kan ik halverwege niet meer verder bukken en laat het ding maar vallen. De douchekop komt niet verder dan het gebied tussen navel en borstpartij. Toch wil ik graag m’n haar nat maken en maak een hurkende beweging. M’n rechterhand probeert intussen de douchegel te pakken te krijgen. Dat heeft bijna succes, totdat het water ineens ijskoud wordt. Ik hijs me omhoog en probeer de thermostaat weer een zet in de goede richting te krijgen. Natuurlijk wordt het te heet en moet het ding weer terug.

Uiteindelijk slaag ik erin om met links de douchegel op m’n hoofd te krijgen en met rechts de temperatuur te reguleren. Uitspoelen lukt zelfs ook nog en ik slaag erin de kraan uit te krijgen. Als een soort Quasimodo kruip ik weer uit de cabine en droog me af. Gelukt.

Broodjes kopen in de campingwinkel. Een dagelijks ritueel. Bij de winkel aangekomen blijkt er net een reünie  gaande van de verzamelde Limburgse verzorgingstehuizen. Een stuk of twintig tachtigers en negentigers zijn me net voor. Vijftig tinten grijs, maar dan anders. Ze zoeken iets, maar het is niet duidelijk wat. Met een tang proberen ze verse broodjes uit een korf te vissen. De tang ligt er vanuit hygiënisch oogpunt, maar als één van hen zich lijkt te verslikken in het kunstgebit, wordt de complete verse broodvoorraad onbedoeld voorzien van enkele centiliters vloeibare bacillen. Ik wacht maar even op de verse afbak…

Zoals op iedere camping wordt ook op De Berckt een wekelijkse bingo georganiseerd. Vooraf vatten we het plan op om een hapje te eten in het campingrestaurant. Het Drakennest. Het is een veelbelovende kaart. Schnitzel, biefstuk, spareribs, saté, het kan niet op. Eerst maar eens wat drinken. Ik roep iemand die het bij de belendende tafel druk doende is het lege glaswerk op te halen. “Mag ik iets te drinken bestellen?” informeer ik. “Haha nee,” lacht de medewerkster, terwijl ze op haar hoofd wijst. “Kijk, ik heb een gele pet op. Mensen met een gele pet ruimen de tafel af. Je moet de mensen met de zwarte petten hebben.”

Gelukkig loopt er iemand met een zwarte pet in de buurt. “Mag ik wat te drinken bestellen?” Het mag. De medewerkster met het donkere hoofddeksel noteert de bestelling. “Graag zouden we ook iets te eten bestellen,” probeer ik. “Oei…”, reageert de vakantiekracht. “Het is erg druk.” “Geeft niet,” zeg ik. “We blijven hier toch voor de bingo.” De rij met mensen die in de voorverkoop een peperduur bingokaartje willen kopen, groeit inmiddels gestaag. Zeker tweehonderd mensen kopen een bingokaart. Daar kan de hoofdprijs, een barbecue die in de campingwinkel voor 15 euro te koop is, wel eens iets mee te maken hebben…

De door mij gekozen spareribs worden geserveerd, alsook de schnitzel die mijn tafelgenoot na zorgvuldige overweging vanuit de menukaart heeft geselecteerd.

De kok heeft waarschijnlijk een vrije dag, want de voorgebakken spareribs zijn keurig afgebakken in de frituur. Keihard van buiten, vet van binnen. De schnitzel aan de overkant komt eveneens rechtstreeks via de supermarkt en de frituur op het bord terecht. Groenten zitten er ook bij. Na enige speurwerk treffen we een schijf komkommer aan, evenals een plak tomaat en wat sliertjes sla. Belangrijk, want vitaminen kun je op vakantie goed gebruiken.

Nadat ik de eerste stukjes sparerib heb weten los te scheuren van het bot, komt er een dame met een rode pet aan tafel. “Kunnen we misschien even afrekenen?” informeert ze. “Ehh… we zitten nog te eten,” probeer ik nog. “Ja, maar anders wordt het zo onoverzichtelijk,” zegt de rode pet. “Nou, dan moet dat maar,” protesteer ik nog een beetje na. “Heb je trouwens eerst nog wat te drinken?” “Ik stuur m’n collega zo bij u langs, mijnheer. Ik ben hier vanavond voor het eerst. “Weet je,” zeg ik. “Stuur maar iemand met een zwarte pet. Dan komt het goed…”

Aankomst

Deze zomer verblijf ik met m'n dochters een weekje in Limburg. Recreatiepark De Berckt in Baarlo.

Geen Texel dus, maar ook hier blijkt weer voldoende te observeren en te ervaren om er het één en ander over te schrijven.

De Berckt blijkt een mooi park te zijn. Erg vol, druk en wat chaotisch. Dat wel. Aagekomen bij onze 'mobile home', dat geschikt zou zijn voor 6-8 personen, blijkt het echter niet zo heel groot te zijn. Het is maar goed dat ik een kamertje over heb om allerlei zaken te kunnen opslaan, want de ruimte is beperkt. Wij verblijven hier met z'n drieën, maar bij meer mensen zal er echt gestapeld moeten worden.

Na vijf minuten heb ik al drie keer m'n kop gestoten en moet ik de meeste vertrekken zijwaarts betreden. En dat terwijl ik inmiddels zo'n vijftien kilo afgevallen ben.

Als ik rechtop sta, voel ik dat m'n kruin het plafond raakt. Ik voel me een soort Langnek, die een poosje gaat logeren in het Volk van Laaf.

Even het bed checken. Het matras steekt dertig centimeter over de hardboard ondergrond uit. Ik probeer de bedden op te maken zonder bewegingsruimte. Eindelijk heb ik de matras in een soort hoes zitten, wat later de dekbedhoes bleek te zijn... Ik begreep al niet waarom het zo moeilijk ging en het ding als een soort halve maan op m'n bed lag...

Na een uurtje zwoegen lukt het me eindelijk om alle bedden te voorzien van de benodigde materialen. Waarschijnlijk niet zoals het hoort, maar functioneel is het wel.

De Wi-Fi checken. Helaas... Dus op naar de winkel om een internetcode voor een weekje te halen. Een vakantiekracht achter de kassa kijkt me onwetend aan, met de uitstraling van een naaktslak. "Internet...", herhaalt ze. Ik zeg: "Ja, internet. Zodat je kunt mailen en zo. En appen." "Ohhh...", lijkt de geit achter de kassa het eindelijk te begrijpen. "Dat moet je volgens mij bij de receptie vragen."

Op naar de receptie. In de regen. Even in de rij gestaan vanwege te laat gearriveerde gasten. Eindelijk aan de beurt. "Een internetkaart zegt u..? Nee dat kunt u in het Drakennest halen." "Het Drakennest? Moet ik daarvoor de heuvels in..?" vraag ik. "Neehheehhee," hinnikt het kind achter de balie. "Dat is ons restaurant..."

Het restaurant. Ik ga in de rij staan en na een minuut of tien bemerkt een vakantiekracht dat ik wellicht iets te vragen heb. "Mag ik een internetkaart voor een week?" vraag ik. Het kind zucht. En zucht nog eens diep. "Mijnheer Franssen," roept ze naar achteren. "Ik heb hier een internetkaart." Mijnheer Franssen zet z'n bril op en tovert een internetkaart uit de kassa. "Voor een week"?, vraagt hij. "Nou, zeg ik. Inmiddels is zes dagen ook wel goed. Ik sta hier al effe..." "Dat kan niet," antwoordt mijnheer Franssen kalm. "Het is een dag of een week." "Doe maar een week. En doe er maar een biertje bij." "Daar ben ik niet van," zegt mijnheer Franssen. Petra zal je helpen."

Petra kan niet zo goed tappen, maar doet haar best. "Groot of klein, mijnheer?", vraagt ze. "Geef 'm maar een grote, en voor mij ook één", hoor ik achter me. Het is een kale man met een ADO Den Haag-shirt aan. "Hij staat hier al lang genoeg te wachten...".

Proost!